Voedsel uit Vlaamse grond? Hoe groot is de Vlaamse 'food footprint'?

De wereldvoedselorganisatie FAO heeft 2015 uitgeroepen tot ‘Internationaal jaar van de bodem’ en vraagt extra aandacht voor de cruciale rol die de bodem speelt om onze dagelijkse kost te garanderen. Steeds vaker wordt beweerd dat we in Vlaanderen niet meer zelf aan landbouw en voedselproductie moeten doen, maar dat we de warenhuizen beter zouden vullen met voedsel dat elders wordt geproduceerd. Op die manier kunnen we de open ruimte, die Vlaanderen nog rest, gebruiken voor ‘andere leuke dingen’. Maar is dat wel zo?

De wereldvoedselorganisatie FAO en tal van wetenschappelijke studies waarschuwen voor de toekomstige uitdaging om, met de beperkte oppervlakte vruchtbare landbouwgrond op onze aardbol, de groeiende wereldbevolking te voeden. Vanuit deze wetenschap is het evident dat we in Vlaanderen zuinig moeten omspringen met elke vierkante meter landbouwgrond. Ons gematigd klimaat is immers bijzonder geschikt om goede landbouwproducties te realiseren zonder irrigatie. We moeten dan ook sterk inzetten op het behoud van de vruchtbaarheid en de gezondheid van onze landbouwbodems. Hiervoor moeten we voldoende aandacht besteden aan het op peil houden en verbeteren van het organische stofgehalte (humus), voorkomen van erosie waarbij vruchtbare grond verloren gaat, en voorkomen van bodemverdichting. Ook voldoende vruchtwisseling is belangrijk voor een gezond bodemleven.

Inzetten op voedsel van hier

Toenemende liberalisering van de wereldhandel heeft ertoe geleid dat producten van over heel de wereld worden ingevoerd. Verlies aan vruchtbare bodem overal ter wereld, klimaatverandering, beperkte beschikbaarheid van fossiele hulpbronnen en geopolitieke spanningen doen echter vragen rijzen over de duurzaamheid en beschikbaarheid van elders geproduceerd voedsel. Meer en meer is men er zich van bewust dat consumptie van lokaal geproduceerd voedsel duurzaam is. Want wat als de kraan voor voedselimport volledig wordt dichtgedraaid?

Vanuit deze bedenkingen onderzocht het Departement Landbouw en Visserij de vraag: ‘Hoe groot is de oppervlakte die we theoretisch nodig hebben indien we morgen alle producten van ons huidig voedselpakket hier moeten produceren?’. Of met andere woorden, hoe groot is onze ‘food footprint’? Voor producten die we in ons klimaat niet kunnen telen werden vervangproducten bepaald.

De cijfers spreken voor zich. Gemiddeld eten we in Vlaanderen elke dag 2,79 kg voedsel. Met alle zes miljoen Vlamingen samen komen we uit op 6,4 miljard ton per jaar. Elke Vlaming zou daarvoor moeten kunnen beschikken over een moestuin van 1.282 vierkante meter. Dit is ondenkbaar want de gemiddelde oppervlakte waarover de Vlaming beschikt is vele malen kleiner. Voor de totale Vlaamse consumptie zou op die manier 808.700 ha beteelde landbouwgrond nodig zijn – maar er is slechts 665.5000 ha beteelde oppervlakte beschikbaar.

De beschikbare landbouwgrond in Vlaanderen volstaat dus niet om al ons voedsel ter plaatse te produceren. Om morgen en overmorgen met voldoende zekerheid op een duurzame manier kwalitatief voedsel te garanderen, moeten we inzetten op voedselproductie, op import van wat we zelf niet telen én op lokale productie. Naast zuinig omspringen met ons voedsel moeten we ook duurzaam omgaan met elke morzel vruchtbare landbouwgrond waarover we in Vlaanderen beschikken. Kortom, de luxe van vandaag is geen garantie voor morgen.

Deze thematiek wordt in 2015, het Internationaal Jaar van de Bodem, extra onder de loep genomen.

De studie vindt u terug op de website van het Departement Landbouw en Visserij, via lv.vlaanderen.be

Contact

Geert Rombouts
02 552 78 83
geert.rombouts@lv.vlaanderen.be
www.vlaanderen.be/landbouw

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck
02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Gert Luypaert
02 552 77 72
gert.luypaert@lv.vlaanderen.be