Nieuwe technieken beschermen bodem tegen erosie

Tekst: Dienst Land en Bodembescherming, Departement LNE

Bodemerosie is een veel voorkomend probleem op de hellende Vlaamse velden. In perioden dat de velden onbedekt zijn,  spoelt het watert tijdens regenbuien af en sleept hierbij bodemdeeltjes mee. Zo kunnen onweersbuien in het voorjaar, wanneer de pas ingezaaide gewassen nog te klein zijn om de bodem te bedekken, heuse modderstromen doen ontstaan die hun weg banen doorheen de akkers tot in dorpskommen en waterlopen. De overlast door de modder in de straten en de huizen en door de dichtgeslibte waterlopen en rioleringen zijn dan niet te overzien. Maar ook voor de landbouwer is dit een groot verlies door het verlies aan vruchtbare bodem, zaaigoed en meststoffen.

Gelukkig zijn er veel methoden om bodemerosie efficiënt te bestrijden. De mens bewerkt sinds vele eeuwen zijn bodem met een ploeg, waarbij de bodem omgekeerd en aardkluiten gebroken worden. Door de komst van betere ploegen en de toegenomen trekkracht werd de bodem echter steeds dieper en intensiever bewerkt. Hierdoor nam het organische koolstofgehalte en de bodemstabiliteit af en bleven de akkers onbedekt achter. Dit leidde  in de Verenigde Staten van Amerika tijdens een droogte in de jaren ‘30 van vorige eeuw tot gigantische problemen door winderosie (de “dust bowl”), waarbij vele miljoenen hectaren landbouwgrond aangetast werden. President Roosevelt begreep de nood voor bodemconservering en vatte dit samen in een brief: “A nation that destroys its soil, destroys itself”. Als reactie hierop werden nieuwe bodemconserverende technieken ontwikkeld, die tot doel hadden om zowel water- als winderosie tegen te gaan. Enkele van deze technieken zijn gebaseerd op  niet-kerende bodembewerking. Maar ook in Europa en Vlaanderen leidde het overmatig gebruik van de ploeg tot grote problemen met bodemerosie. Bijgevolg wordt niet-kerende bodembewerking ook hier al tientallen jaren ingevoerd als alternatief.

Niet-kerende bodembewerking is een bodembewerkingstechniek waarbij de bodem niet wordt omgekeerd, in tegenstelling tot ploegen. De bodem wordt enkel losgewerkt met de hulp van een eg met tanden of met schijven. Voor een diepere niet-kerende bewerking wordt een grondbreker met zware tanden gebruikt die de bodem tot 30 cm diep kan bewerken. Bij niet-kerende bodembewerking blijven oogstresten aan het bodemoppervlakte, blijft organische stof in de bovenste bodemlaag en wordt de bodemstructuur  minder verstoord. Als gevolg hiervan wordt het bodemoppervlakte ruwer, blijft de infiltratiesnelheid behouden en zal water bijgevolg minder snel afstromen. Niet-kerende bodembewerking kan op die manier bodemerosie met 85% terugdringen. Ook stimuleert niet-kerende bodembewerking het bodemleven. Dit bodemleven werkt mee de bodem los, zorgt voor een goede bodemstructuur en voorziet de bodem van drainagekanalen.

Bij directe inzaai wordt de bodem helemaal niet meer bewerkt en wordt er rechtstreeks in de oogstresten ingezaaid. Hierdoor blijft de bodemstructuur behouden en wordt de bodembewerking volledig overgenomen door het bodemleven. Strokenbouw (of strip-till) houdt het midden tussen niet-kerende bodembewerking en directe inzaai. In dit geval wordt de bodem enkel in smalle stroken bewerkt en blijft de bodem tussen de bewerkte stroken onaangeroerd. De gewassen worden vervolgens ingezaaid in de losgewerkte stroken. Hierdoor heeft een plant de voordelen van een luchtig zaaibed, maar blijft de bodemstructuur en het bodemleven grotendeels ongestoord.

Sommige teelten worden geplant in ruggen. Denk hierbij maar aan aardappelen, prei en wortelen. Indien de ruggen echter hellingafwaarts worden aangelegd, concentreert het water zich tussen deze ruggen en kan ongehinderd afstromen. Om dit te voorkomen kunnen drempeltjes tussen de ruggen worden aangelegd. Deze drempeltjes creëren kleine waterreservoirtjes die tot 20 liter water kunnen opvangen. Dit water stroomt op die manier niet van de akker af en blijft beschikbaar voor de gewassen. Doordat in de zomer vaak droge periodes dienen overbrugd te worden, zorgt dit toegenomen beschikbare water voor een groot voordeel voor de plant en dus voor de landbouwer.

Landbouwers die in Vlaanderen hellende percelen bewerken worden op de meest erosiegevoelige percelen verplicht om één van de bovenvermelde technieken toe te passen bij erosiegevoelige teelten (vb: bieten, maïs, aardappelen). Op deze manier dragen de landbouwers bij aan een actieve erosiebestrijding aan de bron. Hoewel erosie nooit helemaal uit te sluiten is, wordt bodemerosie zo sterk terug gedrongen.

Interessante links

lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/praktijkgidsen/praktijkgids-water-de-land-en-tuinbouw

Contact

Dienst Land en Bodembescherming
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
land@lne.vlaanderen.be