Een evenwichtige bodem vraagt om een genuanceerde benadering

Zijn bodemkwaliteit en intensieve landbouwproductie met elkaar te verzoenen?

Ploegt de boer ook straks nog voort?

Bodem blijft één van de belangrijkste productiefactoren voor onze Vlaamse land- en tuinbouw. Aandacht voor het behoud van een gezonde, kwaliteitsvolle en vruchtbare bodem is noodzakelijk voor het veilig stellen van de bodem  voor de huidige en volgende generaties. Dit  uitgangspunt is van toepassing op elk systeem van voedselproductie. Concluderen dat enkel extensieve landbouwsystemen hieraan kunnen voldoen, is kort door de bocht. Een integrale benadering en voortdurend zoeken naar een evenwicht tussen enerzijds voldoende en anderzijds kwaliteitsvolle productie van voedsel is vereist met de nodige aandacht voor de conditie van de bodem en een minimale belasting van het ecosysteem.

Alle sectoren en dus ook de landbouw worden geconfronteerd met de grote snelheid van technologische en economische ontwikkelingen. Daardoor raakt men soms het belang van de basisvoorwaarden enigszins uit het oog. Zich regelmatig een spiegel voorhouden en opnieuw bevragen, en bijsturen waar nodig, is belangrijk. Het internationaal jaar van de bodem nodigt ons uit om dit te doen over de manier waarop we omgaan met onze bodem. Een aantal noodzakelijke en gewenste bijsturingen worden volop in de kijker gesteld. Denken we maar aan ‘het voeden’ van onze akkers met voldoende organische stof, het opheffen en voorkomen van  bodemverdichting, het toepassen van een ruimere teeltrotatie, aandacht voor de biodiversiteit in de bodem en het vermijden van erosie.

Het is duidelijk een multifactorieel gegeven. Een extensieve uitbating van landbouwgronden levert  geen garantie dat onze bodemkwaliteit er zienderogen op vooruit zou gaan Net zo bij het enkel nog toedienen van organisch materiaal aan de bodem en kunstmeststoffen afzweren. Dat er de voorbije decennia door de technologische vooruitgang te weinig aandacht is besteed aan de basisprincipes van bodembehoud lijkt vast te staan. Zo is er onvoldoende gelet op het op peil houden van het koolstofgehalte in de bodem of ook het evenwichtig inzetten van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De na-oorlogse geest dat de productie van voldoende voedsel de hoofddoelstelling was, heeft te lang doorgewerkt. Maar dat wil nog niet zeggen dat we die hulpmiddelen volledig moeten bannen. De vruchtbare oppervlakte waarop voedsel kan geproduceerd worden voor de groeiende wereldbevolking is erg beperkt. Daarom is voldoende productiviteit cruciaal, en daarbij kan de gerichte inzet van een handvol kunstmest en een beetje gewasbeschermingsmiddelen soms een wereld van verschil uitmaken. Strenger wordende bemestingsnormen en waarschuwingsdiensten allerhande stimuleren landbouwers tot meer beredeneerd gebruik. Een gezonde bodem met een gezond gewas is de basis voor het duurzaam omgaan met de bodem. Evenwichtige inzet van hulpmiddelen als meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, het correct toepassen van de grondbewerking, precisielandbouw, … dragen bij tot het creëren van goede bodemcondities.    

We moeten dan ook voorzichtig zijn om in onze drang naar snel herstel de balans niet naar de andere kant te doen doorslaan. Hier en daar graaft men grote hoeveelheden teelaarde af in een poging om op een snelle manier tot natuurontwikkeling te komen. De teelaarde behouden en een programma opzetten van fosfaatuitmijning zou de mogelijkheden vrijwaren opdat deze gronden ooit opnieuw zouden kunnen ingezet worden voor de productie van voedsel, mochten noodsituaties zulks verantwoorden in de toekomst.

“Onze koeien zijn een bedreiging voor het klimaat, en de productie van vlees vergt gigantische hoeveelheden water” zijn veel gehoorde beweringen. Volgens experten van de KUL zou een koe in Vlaanderen drie tot viermaal meer broeikasgassen uitstoten dan een koe in Ethiopië, maar produceert een koe in Vlaanderen 13 tot 15 keer meer melk, waardoor de uitstoot van broeikasgassen per liter melk slechts een vierde bedraagt van de hoeveelheid van de koe in het Zuiden. Bovendien schenken de koeien ons op het eind van hun leven bijzonder voedzaam vlees, o.a. geproduceerd met gras dat wij sowieso niet opeten. Dit voorbeeld toont aan dat een intensieve uitbating ook positief kan zijn voor milieu en klimaat.

Of de boer ook in de toekomst nog voort zal ploegen, zal afhangen van de toestand van het perceel, technologische en economische ontwikkelingen. Om erosie te vermijden wordt gezocht naar haalbare systemen  om niet steeds  te moeten ploegen. Deze maatregelen zouden moeten leiden tot minder verlies aan vruchtbare bodem door erosie, en daardoor ook minder overlast voor de omgeving.

Als besluit mogen we stellen dat  we ons landbouwsysteem niet plots helemaal moeten omgooien in een of andere richting, maar voortdurend moet trachten bij te sturen in de richting van het gewenste evenwicht tussen productie van voldoende kwalitatief voedsel, een gezonde bodem en een minimale belasting van het milieu.

Contact

Geert Rombouts
Departement Landbouw en Visserij
geert.rombouts@lv.vlaanderen.be